Over een regenboogvlag bij de kerk, een burgemeester tussen twee vuren en het schimmelnetwerk onder de Veluwe
In Oldebroek hangt zaterdag een regenboogvlag. Bij de kerk. De dominee hijst hem. De burgemeester staat erbij. Het gemeentehuis blijft kaal.
Wie dit vijf jaar geleden als plot voor een Veluwse streekroman had ingestuurd, had hem retour gekregen. Te vergezocht. Graag iets geloofwaardigers.
Toch is het gewoon nieuws. Het college van Christelijk Verbond Oldebroek, SGP en Algemeen Belang Oldebroek besloot vorige week officieel te stoppen met lhbti-beleid. De regenboogvlag gaat niet meer omhoog. Het college gaat verder "zonder woke-uitingen". Wat een woke-uiting precies is, bleef onduidelijk. Vermoedelijk iets met kleuren. Het stond in elk geval al in het coalitieakkoord. Verrast kan niemand zijn.
Burgemeester Tanja Haseloop-Amsing gaat zaterdag toch kijken. Ze is voorzitter van het college, zegt ze tegen Omroep Gelderland. Ze is ook een zelfstandig bestuursorgaan. Ze moet erop letten dat de mensen in het dorp goed met elkaar omgaan. "Die rol als burgermoeder pak ik nu." Er komt zelfs een staatssecretaris. Voor een vlaggenmast bij een dorpskerk. Zo groot kan klein worden.
Het mooiste detail staat onderaan het bericht. Coming Out Day valt op zondag. De organisatie in Oldebroek houdt de bijeenkomst daarom op zaterdag. Uit respect voor de zondagsrust. Lees die zin gerust twee keer. Mensen die zich buitengesloten voelen, houden rekening met de overtuiging van de mensen door wie ze zich buitengesloten voelen. Wie deze week een les in verbinding zocht, hoefde niet ver te zoeken.
Twee makkelijke verhalen
Er liggen twee verhalen klaar. Ze schrijven zichzelf.
Verhaal één: dappere burgemeester trotseert bekrompen college. Applaus uit de Randstad. Een opiniestuk in Trouw. Een uitnodiging bij een talkshow.
Verhaal twee: benoemde bestuurder passeert gekozen meerderheid. Wie is zij om het coalitieakkoord te omzeilen? De kiezer heeft gesproken. Een burgemeester heeft zich daarnaar te voegen.
Beide verhalen verkopen goed. Beide verhalen gaan over personen. Het interessante zit ergens anders. Het zit in de plek.
De eeuwige middenpositie
De Nederlandse burgemeester is een eigenaardig wezen. Benoemd door de Kroon. Voorgedragen door de raad. Voorzitter van een college dat ze niet heeft samengesteld. Lid van een team zonder lid te zijn van de coalitie die het team draagt. Kapitein op een schip waarvan een ander de koers heeft uitgezet.
De Amerikaanse organisatiedenker Barry Oshry beschreef deze plek als die van de middle. Je zit tussen partijen die elk iets anders van je verlangen. Het risico is dat je oplost in een van hen. Een middle die alleen naar boven loyaal is, wordt een verlengstuk. Een middle die alleen naar beneden loyaal is, wordt een actiegroep. In beide gevallen ben je je plek kwijt. Oshry's advies is opvallend nuchter. Blijf op je eigen positie staan. Verbind van daaruit. Laat je niet opslokken.
De Gemeentewet zegt het in ambtelijker taal. Artikel 170 geeft de burgemeester een eigen opdracht, waaronder het bevorderen van de bestuurlijke integriteit. Dat is een zwaar woord in een dun artikel. Integriteit gaat over meer dan declaraties en nevenfuncties. Het gaat ook over de vraag of het bestuur van iedereen is. Ook van de inwoner die zijn geaardheid al jaren verstopt. Ook van de inwoner die met overtuiging op de SGP stemde.
Ademen tussen twee polen
Achter dit verhaal zit een klassieke polariteit. Collegialiteit tegenover eigenstandigheid. Barry Johnson, de grondlegger van polariteitsmanagement, leerde ons dat je zo'n spanning niet oplost. Je beheert haar. Beide polen hebben een zonkant. Beide hebben een schaduwkant. Collegialiteit levert eenheid op. Een college dat met één mond spreekt. Rust in het bestuur. Doorgeschoten wordt het een burgemeester die de spreekbuis van de meerderheid is. Eigenstandigheid levert moreel kompas op. Een hoeder van het geheel. Doorgeschoten wordt het een burgemeester die haar eigen college ondergraaft.
Een gezond bestuur ademt tussen die twee. In en uit. Haseloop-Amsing ademt nu uit. Dat mag. Dat moet soms. De vraag is of ze straks ook weer inademt. Of ze maandagochtend gewoon weer naast haar wethouders aan tafel zit. Met dezelfde open blik.
Wat je buiten zet, staat op de stoep
Systemisch werk kent een taaie wetmatigheid. Iedereen die tot een systeem behoort, heeft het recht om erbij te horen. Bert Hellinger formuleerde het als een van de basisordeningen. Wie wordt buitengesloten, komt terug. Vaak luider. Soms via een omweg.
In Oldebroek kun je die wetmatigheid live volgen. Bij de installatie van het college stond inwoner Kjeld Mooi met één regenboogvlag voor het gemeentehuis. Nu zijn er meer dan tweehonderdvijftig vlaggen aangevraagd om thuis op te hangen. Het college haalde één vlag van de gevel. Er kwamen er tweehonderdvijftig terug in de vensterbanken.
Dat is geen opstand. Het is gewoon hoe systemen werken. De dominee zei het in één zin. Dit beleid geeft mensen een teken dat ze er niet bij horen. Zodra een systeem dat signaal afgeeft, gaat het zichzelf corrigeren. De vraag is alleen hoe. Via polarisatie. Of via het gesprek.
Het schimmelnetwerk onder de Veluwe
Wie op de Veluwe een eik omzaagt, denkt dat hij een boom heeft weggehaald. Onder de grond loopt het schimmelnetwerk gewoon door. Het verbindt wortels van bomen die elkaar boven de grond nooit raken. Het verplaatst voedsel naar wie het nodig heeft. Het waarschuwt bij gevaar. Bovengronds staat er een boom minder. Ondergronds herschikt een bos zich.
Zo werkt het ook met bestuur. Het college kan de vlag van de gevel halen. Dat is bovenstroom. De onderstroom laat zich niet wegzagen. Erbij horen, angst, loyaliteit aan geloof, loyaliteit aan een zoon of dochter die anders liefheeft. Het zoekt een nieuwe weg. Deze week liep die weg via de pastorie.
En nu?
Van het college vraagt het iets wat in geen coalitieakkoord staat. Een meerderheid mag beleid schrappen. Dat is democratie. Een college bestuurt echter een gemeente, geen achterban. Wie een vlag weghaalt, heeft er een opdracht bij gekregen: laat zien dat iedere inwoner inwoner blijft. Dat kan zonder vlag. Het kan niet zonder gesprek.
Van de raad vraagt het dualisme in de praktijk. De raad droeg deze burgemeester zelf voor. Laat haar dan niet alleen staan op het dorpsplein. Bevraag haar ook. Wat verstaat zij onder burgermoederschap? Waar ligt voor haar de grens? Een burgemeester die haar eigen rol mag invullen, moet die rol ook kunnen uitleggen.
Van de burgemeester vraagt het misschien wel het meest. Haar burgermoederschap moet alle kinderen bereiken. Ook de orthodoxe inwoner die zich door de landelijke ophef weggezet voelt. Ook de wethouder die het coalitieakkoord gewoon uitvoert. Een moeder met lievelingskinderen verliest haar gezag. Zaterdag staat ze bij de kerk. Het zou mooi zijn als ze een week later aan een keukentafel zit bij iemand die de vlag juist met opluchting zag verdwijnen. Luisterend. Zonder agenda.
Van de inwoners vraagt het niets nieuws. Die doen het al. Zij verschoven een feest naar zaterdag uit respect voor andermans zondag.
Het schimmelnetwerk onder de Veluwe trekt zich niets aan van coalitieakkoorden. Het verbindt wat boven de grond gescheiden staat. Een goede burgemeester doet hetzelfde. Geduldig. Onder de oppervlakte. Met wortels aan beide kanten.